Melding van stedenbouwkundige handelingen of werken
Wat en hoe?
De meldingsplicht is een nieuwe procedure die werd ingevoerd in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en is enkel mogelijk voor een aantal eenvoudige handelingen aan de woning of aan andere gebouwen opgesomd in het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010. Dit besluit is van toepassing vanaf 1 december 2010.
In plaats van het aanvragen en vervolgens afwachten van een stedenbouwkundige vergunning, ‘meldt’ de aanvrager/bouwheer de eenvoudige handeling aan de gemeente. Dit dient te gebeuren aan de hand van een vast formulier, samen met een dossier. Twintig dagen na deze melding kan men aan de gemelde handeling beginnen.
Wanneer?
Hieronder worden enkele voorbeelden gegeven van handelingen waarvoor een melding in plaats van een stedenbouwkundige vergunning volstaat:
- Het mits voorwaarden uitvoeren van handelingen met een impact op de stabiliteit binnen hoofdzakelijk vergunde (of vergund geachte) gebouwen;
- Het mits voorwaarden uitvoeren van handelingen met een impact op de stabiliteit aan zijgevels, achtergevels en daken van hoofdzakelijk vergunde (of vergund geachte) gebouwen;
- Het oprichten van bijgebouwen aangebouwd aan de hoofdzakelijk vergunde (of vergund geachte) woning. Alle bijgebouwen samen hebben een maximale oppervlakte van 40m², worden (mits uitzonderingen) op minstens 2m (achtertuin) of 3m (zijtuin) van de perceelsgrenzen voorzien en hebben een maximale hoogte van 4m.
- Het creëren van een ondergeschikte wooneenheid voor maximaal twee ouderen of hulpbehoevende personen (het zogenaamde ‘zorgwonen’) binnen het bestaande bouwvolume van een woning.
De volgende opmerkingen inzake de melding dienen echter te worden meegegeven:
- Een melding kan niet voor handelingen strijdig met andere regelgeving (vb. inzake rooilijnen, bescherming van monumenten, …). Tevens mogen de gemelde handelingen niet in strijd zijn met [1] de eventuele voorschriften van een verkaveling, ruimtelijk uitvoeringsplan, gewestplan, bijzonder plan van aanleg en verordening én [2] met de uitdrukkelijke voorwaarden van (een) eventuele stedenbouwkundige vergunning(en).
- De meldingsplicht ontslaat de aanvrager/bouwheer evenmin van de verplichting tot medewerking van een architect voor bepaalde handelingen, zoals deze momenteel reeds van toepassing is voor stedenbouwkundige vergunningen. Het besluit waarin expliciet wordt vermeld welke handelingen zijn vrijgesteld van de medewerking van een architect kan u hier terugvinden.
- Het dossier waarmee de melding wordt gedaan dient, met uitzondering van het aanvraagformulier, alle stukken te bevatten zoals bij een aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning. Het besluit van 28 mei 2004 betreffende de dossiersamenstelling van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning kan u hier terugvinden.
- Bij de boven vermelde maximale oppervlakte van 40m² aan bijgebouwen welke kunnen worden aangebouwd aan een woning, dient eveneens rekening te worden gehouden met reeds bestaande bijgebouwen (vb. een reeds bestaande veranda).
- Voor handelingen in verband met zonevreemde gebouwen en woningen is de procedure van de melding niet van toepassing (en is bijgevolg altijd een stedenbouwkundige vergunning vereist).
Meer informatie?
Gelet op de specifieke voorwaarden waaraan de meldingsplichtige handelingen zijn onderworpen en de hierboven vermelde opmerkingen, is het raadzaam u vooraf te wenden tot de dienst stedenbouw en ruimtelijke ordening. In verband met de melding kan u ook terecht op de volgende websites:
